Werkfit Maken

Bij een traject Werkfit Maken kunnen we, afhankelijk van de wensen van de klant en UWV, aan de volgende competenties werken:

Kerncompetentie 1: het versterken van de werknemersvaardigheden

We zoeken tijdens het traject met de klant naar een werkervaringplek, aan de hand van zijn of haar mogelijkheden en interesses, en bij voorkeur gericht op het werk dat de klant zou willen uitvoeren. We bereiden het kennismakingsgesprek met de klant voor, en gaan eventueel mee. We maken duidelijke afspraken met klant en werkgever over werktijden, -dagen, werkzaamheden, en over interne huisregels van het bedrijf. We checken achteraf bij de klant of alles duidelijk is. We leggen het vast via een werkervaringsovereenkomst. In de meeste gevallen bespreken we ook met de klant wat hij moet doen als hij ziek is en daarom niet naar zijn werkervaringplek kan. We onderhouden contact met de werkgever over het functioneren van de klant, en ook over de werknemersvaardigheden (houdt de klant zich aan de afspraken, hoe gedraagt hij zich binnen het bedrijf en binnen het team). Punten die aandacht nodig hebben, bespreken we met de klant en we trainen waar nodig werknemersvaardigheden die ontwikkeld moeten worden.  We besteden met de klant en de werkgever ook aandacht aan het opbouwen van het aantal uur dat de klant werkt. Hierdoor kan de klant zijn belastbaarheid testen in de praktijk. We coachen de klant in zijn omgang met de collega's en leidinggevende, en in het omgaan met feedback. We besteden aandacht aan de balans tussen privé en werk, bijvoorbeeld in geval van ziekte van kinderen, privéproblemen die veel aandacht vragen.

Kerncompetentie 2: het verbeteren van de persoonlijke effectiviteit

We inventariseren met de klant welke belemmeringen er zijn die hem ervan weerhouden om aan het werk te gaan. Daarna maken we een plan van aanpak hoe we hieraan gaan werken. Vaak betreft het de volgende activiteiten.

- het inschakelen van schuldhulpverleningsorganisaties, de Brijderstichting, MEE, maatschappelijk werk. Op deze gebieden is het belangrijk om deskundige hulp in te roepen. Als trajectbegeleider volgen we de voortgang, gaan we mee op gesprekken, maar voeren we geen inhoudelijke activiteiten uit.

- het verbeteren van de Nederlandse taal, zoals: het inschakelen van instanties die taallessen kunnen geven; het stimuleren van het maken van contacten met andere mensen met wie de klant Nederlands moet spreken en hem eventueel helpen om contacten te leggen.

- het werken aan lichamelijk, psychisch of sociaal herstel, zoals: het oppakken van een sport of andere lichamelijke activiteit. Veel klanten blijven in huis en daarom gaat hun lichamelijke conditie achteruit. Door dit te stimuleren, eventueel mee te gaan of te regelen, gaat de lichamelijk conditie van de klant vooruit. Een voorbeeld is dat we met de klant gaan wandelen om de voortgang te bespreken, in plaats van dat we aan tafel gaan zitten.

- het stimuleren dat de klant zich onder behandeling van een arts of psycholoog stelt. Dit zorgt ervoor dat lichamelijke en/of psychische problemen bij de bron worden aangepakt, en dat de klant eventueel medicijnen krijgt waardoor de problemen makkelijker hanteerbaar zijn. 

- het voeren van gesprekken over: hoe presenteer je jezelf (persoonlijke hygiëne, verzorgd uiterlijk).

Kerncompetentie 3: arbeidsmarktpositie in beeld brengen

Activiteiten die we inzetten om zicht te krijgen op de capaciteiten van de klant in relatie tot de arbeidsmarkt:

- doornemen van het CV (opleidingsverleden en werkervaring, en opgedane competenties)

- kwaliteiten- en competentiespel, inclusief nabespreken

- Inspiratiespel (waar wordt iemand blij van?)

- beroepskeuzetest, inclusief nabespreken

- vacatures scannen op functie-eisen in relatie tot de kwaliteiten van de klant

- netwerkgesprekken regelen en voorbereiden

- snuffelstages/ meeloopdagen organiseren

Uiteindelijk komen we tot een lijst van realistische beroepen.